Monthly Archive september 2019

Poep

Onlangs schreef ik een column over poep. Hoe ik als kind ervan overtuigd was dat je met één velletje papier je billen moest afvegen. Tot verdriet van mijn moeder die me telkens onder de douche zette.
Een grappige anekdote, dacht ik onschuldig. En bij voldoende lezers bracht inderdaad dat een glimlach om de lippen.
Maar voor drie mensen was de column reden om verontwaardigd in de pen te klimmen. Want ik schreef over poep en dat is kennelijk naast zwarte piet, stikstof en Floriade, een pijnlijk onderwerp. ’Laag bij de gronds!’, schreef een vriendelijke mevrouw.
‘De krant moet een columnist geen ruimte geven om die onzin te schrijven’ vond een lieve meneer.
Tjonge, ik schreef een column.
Over poep.
Poep.
Poep.
Als je het vaker opschrijft is het eigenlijk een heel grappig woord. Ook wanneer je het uitspreekt trouwens: poep. De lucht uit de bollende wangen verlaat de mond, waarbij de lippen van elkaar ploffen.
Mijn moeder – inmiddels overleden – vond poep destijds een vies woord. Wij spraken thuis van ‘drukken’.
Maar tegenwoordig spreekt iedereen over poep.
Ik heb overigens een man gekend die Jan Poepjes heette. Die schaamde zich zo erg voor zijn naam dat hij die liet veranderen.
In Klaas Poepjes.

Tags, , , , ,

Loes Ypma was de ‘Frenkie de Jong’ van het College

Een pittig commentaar was het, dat ik donderdag publiceerde op de website van Almere DEZE WEEK.
Over hoe je als journalist betrouwbare informatie hebt dat de zieke wethouder Loes Ypma niet terugkeert en door de gemeente (en PvdA) keihard wordt voorgelogen: ‘wij weten niets. Het is waarschijnlijk een griepje’.
Ik maak me om weinig dingen kwaad, maar wel om liegen.
Dus moest ik daar wat van zeggen. En dat heb ik dus gedaan.
Als journalist, als professional: zakelijk.
Het pittige commentaar had zijn doel niet gemist. Iedereen vond er wat van – en dat is ook de bedoeling van een commentaar.

Frenkie de Jong
Waar ik me diezelfde avond, tijdens de Politieke Markt, over verbaasde was dat sommige raadsleden mijn betoog te hard vonden. ‘Het is een persoonlijk drama voor Loes Ypma’, was het argument.
Ho, wacht even…
Het is inderdaad een persoonlijk drama, ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Ik mag Loes erg graag en noemde haar op de redactie vaak de ‘Frenkie de Jong’ van het College: niet alleen omdat ze altijd een lach op haar gezicht had, maar ook omdat ze enorm veel talent had. ‘Ze beheerste haar dossiers tot op het bot’, vertelde burgemeester Franc Weerwind me donderdagavond.
Met haar innemende karakter wist ze (bijvoorbeeld met het Floriade-dossier) dingen voor elkaar te krijgen. En dat ze liever voor haar gezin kiest, dan voor het wethouderschap in Almere: prima. Dat zou ik eerlijk gezegd ook doen als ik in haar schoenen stond.

Barcelona
Loes Ypma is een leuke, enthousiaste vrouw die ik niets misgun. Ik wens haar daarom beterschap, het allerbeste en ik weet zeker dat ze ergens op een geschikte plek weer zal opduiken. Waarschijnlijk niet in Barcelona, zoals Frenkie de Jong deed: dat ligt te ver van Woerden. Maar ergens in de politiek, of iets anders in het publieke domein.
En ze zal daar in excelleren.
Maar dat neemt niet weg dat er gelogen is.
En dat wilde ik even duidelijk maken.

Tags, ,

Popla

Als ik al een jeugdtrauma zou hebben, dan komt dat door Popla Toiletpapier, vooral bekend van de slogan: ‘Koning, Keizer, Admiraal: Popla kennen ze allemaal.’
Minder bekend is de latere slogan ‘Popla wel 1000 vel’.
Uit die slogan meende ik als kind te horen dat je met een rol Popla 1000 keer je billen kon afvegen: per grote boodschap zou één velletje moeten volstaan.
Dus na het leggen van een dikke keutel in het kleinste kamertje trok ik keurig één velletje toiletpapier van de rol af.
Om er 5 minuten later weer – zwaar riekend – uit te komen met bruine vlekken tot mijn ellebogen.
‘Wat heb jij in godsnaam uitgespookt??!!??’, brulde mijn moeder – doorgaans de vrede zelve.
Beschaamd hield ik mijn lippen stijf op elkaar.
Voor een kind is het lastig te erkennen dat hij niet voldoet aan de norm die Popla had opgelegd: één velletje is méér dan genoeg!
Mopperend zette mama me onder de douche: ‘het is ook altijd wat met jou!’
Gelukkig had ik die dag een stevige keutel geproduceerd.
Dat was een dag later wel anders. Mijn ontlasting verliet in vloeibare vorm mijn endeldarm.
Eenmaal gekalmeerd, leerde mijn moeder me die dag dat ik heus meerdere velletjes mocht gebruiken.

Tags, , , , ,

Feestje

Ik kreeg een uitnodiging voor een feestje.
Niet zomaar een feestje: een receptie bij een crematorium.
Nu zijn er absoluut mensen zijn die mij zo snel mogelijk het crematorium in zullen wensen.
Als journalist trap je immers wel eens op iemands teentjes. Hoort bij het vak.
Maar sommigen raken daar erg gefrustreerd over en zullen daarom zeker de champagne opentrekken als mijn lichaam tot as wederkeert.
Maar ik ben nog springlevend. En om nu bij leven en welzijn vrolijk het glas te heffen op zo’n emotionele plek… dat voelt wat raar.
Natuurlijk, het uitvaartwezen is een gewone bedrijfstak maar, sorry, soms wringt het bij mij.
Toen mijn vader overleed liep ik met de begrafenisondernemer even mee naar zijn auto om wat voorbeelden van rouwkaarten op te halen. Op de plek waar normaal de kist wordt ingeschoven lagen nu zijn afgetrapte hardloopschoenen en een vaal sporthemd met opgedroogde zweetplekken.
Ik begreep het wel: die man loopt niet de hele dag in dat zwarte rokkostuum met grijze hoge hoed maar toch… twee dagen later zou het stoffelijk overschot van mijn bloedeigen vader op die plek staan.
Op het moment dat deze column verschijnt is de receptie al geweest.
Ik denk niet dat ik heengegaan ben.
Herstel: ér heen gegaan ben.

Tags, , , , , , ,