Category Archive Uncategorized

Bekentenissen van een kabelsleper (9)

Voor l*l staan met een kabel in mijn hand

In aflevering 3 van deze serie ‘bekentenissen’ schreef ik hoe ik als kabelsleper de cameraman met zijn schoudercamera liet vallen tijdens een live-uitzending. Een blunder. Mijn grootste afgang was echter bij de opnamen van een clipje voor de sexy meidengroep Centerfold die half naakt in de studio stonden.

‘We krijgen vandaag een playboy-act’, zei regisseur Bert van der Veer toen hij de cameraploeg instrueerde over de acts die die dag voor Toppop moesten worden opgenomen. Als kabelsleper schoof ik aan bij het overleg. Van der Veer wilde een erotisch clipje maken bij hun hit Bad Boy. Centerfold was een erotische meidengroep, bestaande uit drie dames met adembenemende lichaamsvormen.
In de studio was een metalen brug opgebouwd. De meiden zouden daarop gaan staan, gekleed in lange regenjassen. Op enig moment zouden ze die jassen uittrekken en zich snel poedelnaakt van de camera wegdraaien. De televisiekijker zou dan een halve seconde de glooiing van een borst kunnen zien. Het was de AVRO, het moest wel netjes blijven.
De vaste camera’s bleven op afstand, de mobiele camera stond bij de bloedmooie dames op de brug. Met Marcel Beijer ernaast.

Brandweerlieden
Toen het camerateam de studio binnenliep zag de lichtvloer, op zo’n drie meter boven de grond, zwart van de brandweerlieden. Het nieuws dat er drie blote pinup-girls in de studio te zien waren, was kennelijk rondgegaan als een lopend vuurtje. Dat betekent brandgevaar, dus tientallen brandweermannen stonden paraat.
De drie meiden kwamen de studio binnen en begonnen aan hun act. Zoals afgesproken lieten ze op het juiste moment hun regenjassen zakken en zag ik op één meter afstand de mooiste blote lichamen die ik ooit had gezien. Ik was 23, de testosteron gierde door mijn lijf.
Ook bij de cameraman die ik assisteerde: ‘pffff, dit zijn tropendagen voor een hetero’, fluisterde hij me grinnikend toe.

Opnieuw
De opname moest een aantal keer opnieuw. Soms vielen de regenjassen niet synchroon naar beneden, soms zag je net even teveel van een blote borst. Tijdens een van de onderbrekingen gaf regisseur Van de Veer via ‘oortjes’ instructies aan de cameraman van de mobiele camera. Alhoewel ik pal achter de cameraman stond, kon de instructies niet horen. Ik wachtte geduldig af, starend naar die blote prachtlichamen van de drie stoeipoezen. Zo dichtbij, maar tegelijk ook zo ver weg.
Ik was niet de enige die zwijgend staarde. Ook de brandweermannen, daarboven op die vloer, waren muisstil. Misschien wel jaloers dat ik zo dichtbij de Centerfold-dames mocht staan.
Maar ik was onzeker en probeerde me zo stoer mogelijk een houding te geven. Dat viel lang niet mee.

Mannenduim
Eén van de dames voelde kennelijk aan dat niet zij, in haar blootje, zich ongemakkelijk voelde, maar die jongeman van Beijer op een meter afstand in zijn veel te strakke spijkerbroek. Ter hoogte van mijn kruis hield ik de camerakabel vast, die ongeveer zo dik was als…. nou ja, laat ik voor de veiligheid een mannenduim als voorbeeld nemen.
“Het voelt zeker wel fijn om je kabeltje nu vast te mogen houden” zei ze minzaam lachend, terwijl ze naar mijn kruis wees.
Ze zei het niet zachtjes, maar hardop, héél érg hardop. Véél te hardop.
Dat werd snel duidelijk omdat de stilte in de studio doorbroken werd door het lachende gebulder van de talloze brandweermannen. Die prompt van een boze Bert van der Veer daarop de studio moesten verlaten.
Ik mocht blijven, in al mijn onzekerheid.
Vernederd door schaamteloze schoonheid van een centerfold.

Hieronder het bewuste clipje:

Tags, , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (8)

Kerst in Ahoy’

Een aantal afleveringen geleden maakte ik je deelgenoot van mijn doodsangsten in de nok van theater Carré. De kerstshow in Ahoy in 1983 (kan ook 1984 zijn geweest) deed daar niet veel voor onder.
Het was een traditionele kerstuitzending die de omroep de kijker voorschotelde: een combinatie van artiesten en circusacts.

Ik herinner me een baldadige Joop Doderer die niet zo gemotiveerd meedeed aan de repetities en het de regisseur onmogelijk maakte serieus te werken. ‘Swiebertje’ playbackte met drie andere BN’ers (gek, ik kan me totaal niet herinneren wie die andere drie waren) het liedje ‘Jingle Bells’ en trok daarbij zijn rode kerstmuts volledig over zijn hoofd.
‘Kan die Doderer niet even normaal doen?’ schreeuwde de regisseur in onze ‘oortjes’. ‘We zijn hier serieus aan het repeteren’.
Pas na drie keer greep de floormanager in en maande Doderer, toch een jeugdheld van me, tot serieuze arbeid aan.

Circusacts
De circusacts werden niet gerepeteerd. Althans: we repeteerden ‘droog’ de posities waar de cameramensen moesten staan tijdens de acts. De acrobaten zelf traden alleen op tijdens de live-uitzending. De uitzending verliep voorspoedig totdat de acrobaten hun act opvoerden. Ze beklommen twintig meter hoge, dunne, palen waar bovenop een soort ring bevestigd was. Daarop voerden ze acrobatische stunts uit die de palen alle kanten op deden zwiepen. Onderaan de palen zaten de cameraman en ik om de artiesten vanuit kikkerperspectief te filmen.

Acrobaten aan de paal

Hoog boven mijn hoofd zag ik de acrobaten – zonder lifeline! – halsbrekende toeren uithalen.
Totdat… de acrobaten de palen richting elkaar zwiepten om van paal te wisselen. Dat ging mis. Eén van de twee – precies boven mijn hoofd – greep mis. In een uiterste poging wist de man zich aan zijn vingertoppen vast te grijpen aan de ring. Zijn kameraad – zwiepend aan de de andere paal – probeerde hem naar boven te trekken.
Het publiek in Ahoy hield de adem in. Hier ging duidelijk iets mis. En als die arme kerel zou vallen, zou die precies op mijn hoofd landen.

Doodsnood
‘Help!’, riep de acrobaat in doodsnood. ‘Please help. I’m falling!’. Zijn ijselijke kreten gingen door merg en been.
Op het laatste moment trok zijn kameraad de ongelukkige artiest aan één arm omhoog. De twee mannen omhelsden elkaar en gingen toen – zichtbaar onzeker – met bibberende knietjes verder met hun idioot gevaarlijke act.
‘Die lui zijn gek!’, brulde de cameraman over zijn schouder in mijn richting. De angst stond in zijn ogen.
Ik kon niet reageren. Mijn keel was dichtgeknepen van angst en woede om zoveel waaghalzerij.
Het leek een eeuwigheid te duren voordat de twee waaghalzen hun act hadden afgerond zonder verdere brokken te maken. Via de palen daalden ze weer af naar de begane grond.
‘Everything okay?’ vroeg ik aan de man die zojuist aan de dood ontsnapt was.
Hij gaf me een knipoog.
‘It’s all part of the act, man.’

Tags, , , , , , , , , , , ,

Nieuwe aflevering podcast Luister je Gelukkig

Een nieuwe aflevering van mijn podcast ‘luister je gelukkig’. Deze keer met Tim Wildeman de geïnspireerd raakt door stilte en zijn geloof. Wil je ook in het bezit komen van de felbegeerde Luister Je Gelukkig mok? Vertel me dan waar JIJ door geïnspireerd raakt!

Tags, , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (7)

Lee Towers is gewoon Leen Huizer

Voorjaar, 1976 schat ik. Tussen de flesjes parfum en poederdoosjes van de cosmetica-afdeling van V&D stond hij in levende lijve: zanger Lee Towers. Hij was toen net doorgebroken met zijn You’ll Never Walk Alone en had dit soort eenzame schnabbels kennelijk nog nodig.
De winkelende Hilversummers hadden geen oog voor de zanger, ze liepen hem straal voorbij. Alleen mijn broertje Karsten en ik bleven van begin tot eind luisteren. Een half uurtje duurde het.
‘Zo mannen, vonden jullie het mooi?’, vroeg Lee.
Wij knikten.

Lee Towers in 1976

‘Dank jullie wel, ik ben blij met zulke fans’.
We kregen een knipoog en een portretfoto, voorzien van zijn handtekening. Die hing ik die avond, als een relikwie, boven mijn bed.

Toppop
Zes jaar later kwam ik Lee opnieuw tegen. Hij kwam naar de Toppop-studio in Hilversum om zijn hit I Can See Clearly Now zingen.
In de lange gang naar de studio liepen we elkaar van verre tegemoet en wist ik me niet goed een houding te geven toen we elkaar passeerden.
Lee wel.
“Hoi, ik ben Leen”, zei Lee en stak zijn hand naar me uit.
Ik schudde zijn hand en stelde me voor.
“Werk je hier?”
“Ja, ik ben kapelsleper. Ik ben op weg naar de studio.”
“Gaaf baantje lijkt me dat. Doe je het al lang?”
“Anderhalf jaar of zo. Leuk baantje, ja. Ik heb het geluk dat ik in Hilversum woon, vlakbij de studio’s.”
“Top, ik ga even naar de WC en dan kom ik ook naar de studio.”
Na afloop van de opnames schudde hij me nogmaals de hand. “Dankjewel voor je hulp.”

Gek
Gek eigenlijk dat ik me verbaasde dat deze Lee Towers gewoon Leen Huizer was: een geschikte kerel die zonder enige kapsones zichzelf aan een kabelsleper voorstelde en bedankte. Dat was in die anderhalf jaar nooit eerder gebeurd.
We kwamen elkaar in die tijd daarna uiteraard nog wel vaker tegen en dan was er altijd een blik van herkenning.
Inmiddels is de laatste ontmoeting al zo’n 35 jaar geleden. Hij zal mij nu niet meer herkennen, ik hem wel, uiteraard.
Ik zie hem op tv nog wel eens staan zingen op de middencirkel van het Feyenoord-stadion.
Leen is een Feyenoord-fan.
Tja, niet iedereen kan perfect zijn.
Maar wel sympathiek.

Lee Towers in de Kuip



Tags, , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (6)

Een bomvol Carré…

Ik weet nog heel goed dat ik mezelf er toe moest zetten. Maar ik raapte mijn moed bij elkaar en dééd het. Met bonkend hart. Gedreven door de gedachte dat ik ooit tegen mijn kinderen zou kunnen zeggen dat ik solo voor een bomvol theater Carré had gestaan.
Ik was 22, had nog geen relatie met mijn huidige vrouw en dácht nog niet eens aan kinderen. Maar toch… ik deed het voor mijn kinderen.

Aanvallen van uitersten
Het was 1983 en de VPRO had tijdens het Holland Festival een aantal zondagen Carré afgehuurd voor een cultureel programma onder de titel ‘Aanvallen van uitersten’.
Nou… uitersten waren het. Sommige optredens waren zo volslagen maf dat geen hond er iets van begreep. Zo liet kunstenaar Harrie de Kroon een knikker op het podium vallen. Bijzonder… Bij een ander optreden liet kunstenares Wencke Mühleisen haar rood geverfde geslachtsdeel aan het publiek zien. Net zo lang tot het publiek haar begon uit te joelen. De diepere betekenis van deze act ontging werkelijk iedereen en de VPRO besloot de scène uiteindelijk maar niet uit te zenden. De dirigent van het NOS Omroeporkest beende woedend het toneel af na een maffe versie van een Wagner-aria van Moniek Toebosch in haar blote billen.

Gratis naar binnen
De voorstellingen waren zo idioot wereldvreemd dat er nauwelijks publieke belangstelling voor was. De VPRO besloot daarom de mensen dan maar gratis naar binnen te laten. Een leeg Carré doet het immers op tv niet zo goed. De actie had resultaat. Voor veel mensen was het dé kans om Carré een keertje van binnen te zien.
Het was tien minuten voordat de voorstelling begon. Ik stond bij de mobiele camera. De cameraman was even een kleine boodschap doen. Tussen mij en het bomvolle theater hing slechts het rode toneeldoek.

Doet ‘ie het doet ‘ie het niet?
Ik twijfelde: zal ik het doen of zal ik het niet doen? Toen dacht ik aan mijn virtuele kinderen, schoof het rode doek opzij en stond in mijn uppie op het toneel van een bomvol Carré. Zo hadden de groten der aarde hier ook gestaan: Sammy Davis jr. , Michael Jackson, Toon Hermans, André van Duin, Herman van Veen, Freek de Jonge, Snip & Snap…
Ondanks mijn trillende ledematen had ik de moed om enige tijd te blijven staan en de zaal in mij op te nemen. Een paar grapjassen, ergens bovenin het theater, begonnen te applaudisseren.
Toen durfde ik niet langer te blijven staan. Ik dook weer weg achter het grote gordijn en vertel nu aan mijn kinderen – meestal na een paar borreltjes – dat hun vader solo voor een bomvol Carré heeft gestaan.
“Nee pap, niet wéér dat verhaal…”, zuchten ze dan…

Marco Borsato stond ook voor een vol Carré (Foto: Kippa)

Tags, , , , , , , , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (5)

Deel 5: de populaire zanger

De beroemde en populaire zanger was dronken en stoned. Ik ga zijn naam niet noemen en ook niet de exacte locatie, want de zanger is nog steeds actief. Ik zeg ook niet of het een solo-zanger betrof, of de lead-zanger van een groep. Want dat zou hem herkenbaar maken. En er ontstaat geen fraai beeld van hem in deze aflevering in de serie ‘bekentenissen’.

Ik kan wel aangeven dat we een muziekprogramma opnamen, ergens in het noorden van het land rond 1980. Een van de optredende artiesten was deze bekende zanger die (naar later bleek) toen al over zijn hoogtepunt heen was.

Na afloop van de repetities zaten we met de crew en een aantal artiesten nog wat te borrelen in een soort keet. Het werd laat en één voor één taaiden mijn collega’s af. Toen ook ik mijn hotelkamer opzocht, zo’n beetje aan de overkant van de straat, merkte ik dat ik mijn portemonnee had laten liggen in de keet. In liep terug en trof de zanger eenzaam aan, bij de bar.
Dronken en stoned.
Hij bood me nog een biertje aan. Ik twijfelde, maar een stemmetje in mij zei me om op het aanbod in te gaan. Dat was niet voor niets, zo bleek.

Moordkuil
De zanger maakte van zijn hart geen moordkuil. Hij vertelde hoe de roem hem kapot had gemaakt: managers die op één avond soms wel tien optredens voor hem boekten. Hij kon daar weinig tegenin brengen: er waren vette contracten afgesloten. Goed, daar werd deze zanger zelf ook niet armer van, maar het waren vooral zijn managers die het grote geld hadden binnengesleept. Over zijn rug.
Hij stond naast zijn barkruk, te waggelen op zijn benen. Ik vroeg of hij niet beter kon gaan slapen. Dat vond hij ook en bestelde vervolgens nog twee drankjes: een biertje voor mij, een dubbele whisky voor hem.

Nieuwe eisen
De zanger was niet dom. Hij eiste destijds een nieuwe manager. Maar die bleek gewoon een vriend van de eerste. Hij was gesloopt, gebroken. En wie eenmaal aan roem gewend is kan maar moeilijk begrijpen dat de gloriedagen voorbij zijn. Geen gillende meisjes voor zijn hotelkamer, geen gratis etentjes.
Het leed verzachtte met drank en drugs.
‘Vind jij mij een goede zanger?’, vroeg hij. Ik zag zijn waterige ogen vol tranen lopen.
‘Absoluut’, loog ik. ‘En ik denk dat je heel veel mensen blij hebt gemaakt met jouw liedjes. Maar ik denk dat we zo langzaamaan maar naar het hotel moeten gaan.’

Vriend
Hij knikte, liet zijn whisky op de bar staan en probeerde met me mee te lopen. Dat ging niet meer. Zijn benen zwabberden onder zijn lijf. Ik legde zijn arm om mijn schouders en sleepte hem naar het hotel. Bij zijn kamer wachtte ik tot hij de deur had opengekregen.
‘Jij bent mijn vriend, jij luistert tenminste’, zei hij met dubbele tong voordat hij zijn kamerdeur sloot.
De volgende dag trad hij gewoon op, stralend lachend in de camera’s.
Hij herkende me niet meer.

Tags, , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (4)

Deel 4: De zolder van Carré

Het waren drie zware dagen geweest in Carré. Als camera-assistenten moesten we niet alleen de zware camera-boxen naar de nok van het Amsterdamse theater tillen, we moesten ook de kabels van de camera’s over de zolder van het gebouw uitrollen. Althans, over het raster van houten balken die de vloer vormden. Tussen die balken lagen dunne vliestegels waar je dwars doorheen kon kijken en die tevens het plafond van de theaterzaal vormden. Eén misstap en ik zou dwars door die tegels heen vallen, tientallen meters naar beneden.
Geen klusje voor mensen met hoogtevrees, dus. Als ik naar boven keek kon ik het vierkante Carré-logo op de nok van het dak, bijna aanraken – zo leek het. Dat voel je in maagstreek.

Het opbouwen deden wij kabelslepers daarom zorgvuldig. Balancerend op de balken hielden steeds twee kabelslepers in evenwicht door elkaar bij de armen vast te pakken. In die tijd zullen er ongetwijfeld ook veiligheidsmaatregelen geweest zijn, maar kennelijk niet zo streng. De camera-assistenten kenden elkaar goed. We waren jong, het was gezellig en we deden het werk dat ons was opgedragen zonder ons vast te gespen aan een veiligheidskabel of zo.De repetities en uiteindelijke live-uitzending duurden in totaal drie dagen. Zondagavond rond 23.00 uur waren de camera’s weer ingepakt en opgeborgen in de grote NOS-vrachtwagens (die overigens ‘treinen’ werden genoemd) en was het tijd om in de artiestenfoyer uit te puffen met een glas bier.

Biertjes
Na live-uitzendingen was er altijd een bijzondere uitgelaten stemming bij de medewerkers. Live-tv bracht een bepaalde spanning met zich mee.
Het werden twee biertjes, vier biertjes, zes biertjes. Tot de opnameleider – die niet meedronk – contstateerde dat de camera’s weliswaar keurig waren ingepakt, maar dat de bijbehorende kabels nog op de hoge zolder lagen.
We moesten dus opnieuw over de balken balanceren, maar nu met de nodige alcohol in ons lichaam.

Bang
Ik was nog nooit zo bang en onzeker geweest. We liepen niet meer over de balken, we krópen. Op handen en knieën – af en toe een blik naar beneden werpend, waar in de diepte het podium van de theaterzaal te zien was.
Ik weet het niet meer zeker, maar volgens mij heb ik een collega zien huilen toen de klus écht geklaard was en we weer veilig in de foyer terugkeerden en van schrik nóg een biertje namen.

Elke keer als ik nu nog Carré binnenloop kijk ik even omhoog, naar dat plafond.
Kijk zelf de volgende keer zelf maar even omhoog als je op de parterre van het Koninklijk theater bent. En voel dan je maagstreek….

Tags, , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (3)

Deel 3: Blunder bij Beatrix

Ik meen 1985 in Schagen, maar eerlijk gezegd weet ik niet meer weer welke editie van Koninginnedag het was. Ik weet wel dat ik mijn grootste blunder als kabelsleper maakte voor de ogen van koningin Beatrix.
De bedoeling was dat de NOS-cameraman met de LDK14 (de mobiele camera) de Koninklijke familie zou volgen als ze een fotowand zouden bekijken die op de buitenmuur van een historisch pand hingen. Er was met dranghekken een speciale gang tussen fotowand en het koninklijk gezelschap gecreëerd waar  fotografen en ook de NOS-camera gebruik van moest maken. Mijn taak was om cameraman Peter, met wie ik veel vaker had samengewerkt en die een rotsvast vertrouwen in me had, langs de dranghekken te sturen, zodat hij zich volledig op zijn camerawerk kon concentreren en zich geen zorgen hoefde te maken of hij ergens tegenaan zou lopen. We hadden dat wel vaker samen gedaan. Ik greep hem dan bij zijn middel vast en stuurde zijn lijf langs de obstakels die we tegenkwamen. Dat ging altijd goed.

LDK14


Anders
Terwijl de koningin in de verte aan kwam lopen, gaven Peter en ik elkaar een high-five. We begrepen elkaar: dit was live-tv, opperste concentratie vereist. Onze samenwerking moest zich nu uitbetalen. Hij zette de camera op zijn schouder, ik greep hem met één arm vast bij zijn middel en creëerde met mijn andere hand ruimte voor de kabel waaraan de camera verbonden was. Hoe meer kabel ik vrijmaakte, hoe langer Peter met de vorstin mee kon lopen.

Geen rijk alleen
Ik had alleen geen rekening gehouden dat we het rijk niet voor ons alleen hadden. In het kielzog van de Oranjes liep een horde fotografen mee die elkaar verdrongen om het beste plaatje te kunnen schieten. Toen Beatrix op een meter afstand van ons kwam, waren zo’n tien fotografen bovenop de kabel gaan staan die ik juist vrij moest houden. Nu kon de cameraman de koningin niet volgen.
Terwijl ik ze probeerde weg te duwen, was cameraman Peter inmiddels begonnen met lopen om, loerend door zijn vizier, de wandelende koningin te volgen. Terwijl ik hem vooruit duwde, langs de poten van de dranghekken, zag ik hoe de kabel langzaam strak kwam te staan. Er was hooguit nog maar drie meter speling, terwijl er nog zeker 20 meter gelopen moest worden.


Oprotten!
“Oprotten, NOS. Live televisie!!!”, schreeuwde ik in paniek naar de fotografen.
Een zwak argument, zo bleek. Een minachtend gelach was mijn deel.
Twee seconden later lag Peter gestrekt op de grond, en kreeg tv-kijkend Nederland live-beelden van de blauwe lucht te zien.
“Jongens, jongens – moet dat nou? zei de geschrokken koningin. “Pas toch een beetje op.”
Langzaam liep ze verder, de fotografen achter zich aan.
Peter krabbelde op, keek me woest aan en raapte toen zwijgend zijn camera van de grond.
 Hij hoefde niet te vloeken, dat deed ik zelf wel, diep van binnen.
Willem-Alexander keek nog even om.
Volgens mij zag ik hem vals lachen.

Tags, , , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (2)

Deel 2 – Tapdansen met Willem Ruis

Willem Ruis

Weinig mensen weten het, maar ik kan tapdansen. Althans, ik kan met beide voeten de ‘tik tak’ maken. En dat vind ik zelf reuze knap.
Degene die het mij geleerd heeft was niet zomaar iemand. Dat was ‘mister Lotto’ Willem Ruis, in die tijd een absolute ster in Nederland. Ruis was presentator van de Willem Ruis Lotto Show dat telkens een miljoenenpubliek trok. En ik was lange tijd de vaste kabelsleper bij dat programma.
Dat gebeurde steevast in het Theater aan de Parade in Den Bosch, pal naast de beroemde kathedraal. In die tijd heette het nog Theater Casino.

De crew reisde niet dagelijks op en neer naar Hilversum. Daarom werd gedurende de repetitiedagen – tot de avond van live-uitzending – overnacht in een hotel, even buiten de stad. Ik kan me eerlijk gezegd niet meer herinneren in welke plaats dat was, maar het was een kwartiertje rijden met het personeelsbusje.
Het aardige van Willem Ruis was dat hij gewoon met ons meereed in dat busje. One of the guys, dat schiep een band.

In de Lotto Show was er wekelijks het onderdeel Willem’s Droom waarin hij telkens iets bijzonders deed.
Aan de bar in het hotel vertelde Ruis dat hij die week in het programmaonderdeel Willem’s Droom de beroemde scène van Singing in the Rain zou naspelen. Niet eenvoudig, omdat Gene Kelly daarin ook even een tapdans doet. Om die techniek onder de knie te krijgen had Ruis een paar tapdans-lessen genomen.

Het leuke van mijn werk was dat ik altijd bij de mobiele camera stond, op het toneel. Dus de dag daarop, direct na de lunch, stonden Willem Ruis, de cameraman en ik te wachten tot de repetitie zou beginnen. Om de tijd te doden vroeg ik Ruis om ons zijn tapdans-techniek te laten zien. Hij deed het terstond en dat zag er best indrukwekkend uit.
“Maar het is helemaal niet zo moeilijk”, vond Ruis. Hij trok mij bij mijn arm en deed me voor wat ik precies met mijn voeten moest doen.
Hij deed het één keer voor, twee keer en nog een derde keer.
Even later stonden we samen voor een lege zaal te tapdansen op het podium. Tot de repetitie begon.

Degenen die mij kennen weten: er is geen groot danser aan mij verloren gegaan.
Maar ik kan tapdansen.
Dankzij Willem Ruis.

De opname van deze specifieke Willem’s Droom is hier te zien.

Tags, , , , , , , ,

Bekentenissen van een kabelsleper (1)

Van 1980 tot 1986 werkte ik als kabelsleper bij de NOS. Mijn taak was om ervoor te zorgen dat de kabel van de mobiele camera (LDK14) niet in de knoop kwam en dat de cameraman er niet over struikelde. Het was voor een begin-twintiger een geweldige tijd. Ik heb best grappige, bijzondere en opvallende situaties meegemaakt met bekende sterren. Vandaag de eerste in de serie:

Deel 1: Agnetha, Pia en ik

Agnetha Fältskog

In 1993 bestond de ANWB 100 jaar. De Tros zond toen het TROS ANWB gala uit. Ik was de camera-assistent. Keihard bewijs staat hier. Tijdens de repetitie kwam Agnetha Faltskög van ABBA pal naast me te staan en waren we voor twee minuten op elkaar aangewezen. Bijzonder om met een grote wereldster even helemaal alleen te zijn. Er ontstond een lullig gesprekje, dat ik onlangs op Facebook in mijn herinnering ophaalde. Veel mensen vonden dat leuk om te lezen. Ik gebruik die nu in dit blog als eerste aflevering in de serie ‘Bekentenissen van een kabelsleper’. Met meer bijzonder verhaaltjes.

De cameraman was even weg, Agnetha Faltskög liep het podium op, waar ik de camera stond te bewaken. We stonden pal tegenover elkaar op dat grote toneel van de RAI in Amsterdam en de grote wereldster begon een praatje. Met mij! Dat was aardig, natuurlijk. Maar ik was bloednerveus om even helemaal alleen naast zo’n superster en mooie vrouw te staan. Ze zocht het kruisje op de vloer waar ze moest gaan staan. Toen ze een kruisje op de toneelvloer zag staan, ging het gesprek als volgt:

Is this my mark?
Sorry?
Is this my mark?

– Oh yes. I think so.
Don’t you know?
– Well, not for sure. I am not the cameraman, you know. I’m just his assistent.
Allright.
(kleine pauze waarin Agnetha en ik beiden de lege zaal in staren)
What’s your job then?
– I pick up the cable of the camera, so the camera can move freely.
Interesting
– yes. But I think your job is far more interesting
Don’t say that. You’re work is important too. Otherwise you weren’t hired.
– thank you. I like Abba a lot
(dat was een leugentje, want ik hield van symphonische rock en Abba was in die kringen ‘not cool’. Maar op dit specifieke moment was ik even een gróót Abba-fan.)
Thank you. I like Holland a lot.
– Oh, yes. Haha. Holland is great. For sure. Do you come here often?
We did some shows here in Holland with ABBA, but mostly we had to travel on. Now that I’m no longer in the group, I do have some time to see things. Yesterday I was able to see a little bit of Amsterdam.
– Great. Amsterdam is great. The Canals, the Dam.
Yes, really nice
– Yeah, great
Thank you for your time
– You’re welcome!
Great

Nou, dat was toch een sensationeel gesprek is het niet?
Nog een detail: diezelfde dag stond ik ook tegenover Pia Zadora, een talentloos maar uiterst sexy zangeresje van 1.50 meter waar ik het als jongeman ook warm van kreeg. Maar die gunde me geen blik waardig. Ze bleef zwijgend naast me staan en had alleen oog voor haar steenrijke, bejaarde vriend Mesluham Riklis die haar carrière financierde en zijn kirrende vriendinnetje doorlopend toelachte op een heel foute manier.
Ook Pia Zadora werd een wereldster en kreeg kinderen met die engerd.

Tags, , , , , , , , ,