Tag Archive columnist

Poep

Onlangs schreef ik een column over poep. Hoe ik als kind ervan overtuigd was dat je met één velletje papier je billen moest afvegen. Tot verdriet van mijn moeder die me telkens onder de douche zette.
Een grappige anekdote, dacht ik onschuldig. En bij voldoende lezers bracht inderdaad dat een glimlach om de lippen.
Maar voor drie mensen was de column reden om verontwaardigd in de pen te klimmen. Want ik schreef over poep en dat is kennelijk naast zwarte piet, stikstof en Floriade, een pijnlijk onderwerp. ’Laag bij de gronds!’, schreef een vriendelijke mevrouw.
‘De krant moet een columnist geen ruimte geven om die onzin te schrijven’ vond een lieve meneer.
Tjonge, ik schreef een column.
Over poep.
Poep.
Poep.
Als je het vaker opschrijft is het eigenlijk een heel grappig woord. Ook wanneer je het uitspreekt trouwens: poep. De lucht uit de bollende wangen verlaat de mond, waarbij de lippen van elkaar ploffen.
Mijn moeder – inmiddels overleden – vond poep destijds een vies woord. Wij spraken thuis van ‘drukken’.
Maar tegenwoordig spreekt iedereen over poep.
Ik heb overigens een man gekend die Jan Poepjes heette. Die schaamde zich zo erg voor zijn naam dat hij die liet veranderen.
In Klaas Poepjes.

Tags, , , , ,

Lach

Anderhalf jaar geleden bezocht ik Allard Veldhuis voor het laatst in zijn appartement.
Hij was aan het opruimen en vroeg of ik interesse had in wat oude sportboeken.
Ik wees op een indrukwekkend beeld van Sint Nicolaas in de hoek van de kamer.
‘Die wil ik wel hebben’.
Allard schaterde het uit.
‘Als ik dood ben’, lachte hij – zoals alleen Allard kon lachen: hoog en hard.
Ik weet nog hoe Harrie Jekkers in theater de Metropole in plat Haags vroeg of dat ‘wijf effe kon kappen met lachen’.
Dat ‘wijf’ was Allard.
Bij die ontmoeting vertelde Allard dat hij best eenzaam was.
Onvoorstelbaar vond ik dat.
Allard was toch een bekende Almeerder: jongerenwerker, speaker van de triatlon, organisator van Bevrijdingspop, hulpsinterklaas, grondlegger van Jeugdland en raadslid.
Maar bijna niemand kwam meer langs.
Ik nam me voor hem vaker te bezoeken, maar heb dat niet gedaan.
Voor veel mensen was Allard de eerste Almeerder die ze leerden kennen omdat hij als columnist elke week met zijn kop in de krant stond.
En vroeg of laat liep je hem een keer tegen het imposante lijf.
Want Allard was overal.
Misschien wel de eerste ras-Almeerder.
Een bouwer, verbinder en een paljas.
Allard is er niet meer.
Maar die lach…
die blijft.

Tags, , , , , , , , , , , ,