Pesten: een zeer persoonlijke ontboezeming

De onderstaande tekst over pesten lag al een aantal maanden ongebruikt in mijn digitale lade. Ik twijfelde lang of ik het moest publiceren. Dat doe ik nu, enigszins geactualiseerd. Aanleiding waren reacties die ik kreeg op mijn interview voor Omroep Almere, waarin ik vertelde hoe ik in mijn middelbareschooltijd werd geterroriseerd door een aantal klasgenoten. ‘Dapper dat je je kwetsbaar durft op te stellen’, zei iemand. Zo dapper vind ik dat niet. Want het gaat niet om mijn gevalletje uit een grijs verleden. Nog steeds is pesten een groot probleem. In deze week (met aandacht voor de 113-campagne) is die noodzaak wel aanwezig en is dit misschien het juiste moment.

In mijn novelle Eruit beschrijf ik wat er met mij precies is gebeurd, hoe het pesten in zijn werk ging maar in het boekje verschuil ik me veilig achter de hoofdpersoon Ronald Mulder. Wie het leest, zal misschien begrijpen waarom ik mensen die mij als volwassene treiteren niet meer laat wegkomen.

Lieve jongen

Het ‘probleem’ waar ik in mijn puberteit mee kampte, was dat ik een hele lieve jongen was: introvert en beleefd. Nooit maakte ik ruzie, nooit kwam ik voor mezelf op. Ik liep weg. Ouwe tantes waren gek op me. ‘Een voorbeeldkind’, werd ik genoemd. Op de lagere school ging dat allemaal nog wel goed, maar op de middelbare school had een aantal klasgenoten het niet zo op lieve, zachtaardige jongetjes. En dan begint het pesten.

Makkelijk slachtoffer

Daar kwam ik hardhandig achter. Al na een aantal weken hadden pestkoppen feilloos in de gaten dat ik een makkelijk slachtoffer was. Het ging van uitschelden en treiteren tot uiteindelijk pure aanranding en mishandeling. Tijdens gymlessen werd ik in mijn ballen geknepen, in mijn maag gestompt of opzettelijk geblesseerd. Het leidde ertoe dat ik de gymlessen probeerde te vermijden. Dat was het begin van mijn vluchtgedrag. Maar het werd erger.

Banden doorgesneden

Mijn tas werd leeggeroofd, de banden van mijn fiets werden doorgesneden en bijna dagelijks werd ik in elkaar geslagen. Om niks, eigenlijk. Terugslaan durfde ik niet en was ook zinloos: mijn pestkoppen waren altijd minimaal met z’n drieën. Het voortdurende pesten, bedreigen ook, leidde ertoe dat ik met trillende knieën naar school ging en niets meer durfde: als ik goede cijfers scoorde, als ik een spreekbeurt hield over poëzie (een doodzonde natuurlijk), of als ik een grap maakte — het was reden voor mijn kwelgeesten om me in elkaar te slaan. Zo vaak zelfs dat ze me op het laatst lieten kiezen wáár ik in elkaar geslagen wilde worden. Mijn faalangst werd zo groot dat mijn rapportcijfers kelderden.

LOM-school

Mijn ouders roken uiteindelijk onraad en trokken bezorgd aan de bel. Ik kreeg psychologische onderzoeken en EEG-testen. Er was niets aan de hand. Toch leidde het ertoe dat ik naar een LOM-school (een school voor leer- en opvoedingsmoeilijkheden) werd gestuurd. Daar nam ik me voor dat ik nooit (nóóit) meer over me heen zou laten lopen. Het leidde aanvankelijk tot een wat overdreven tegenreactie, maar het probleem heeft zich fysiek nooit meer voorgedaan.

Pesten heeft me ook sterk gemaakt

Ik kan me de namen bijna niet meer herinneren van de leerlingen met wie ik destijds op school zat, maar die van mijn pesters vergeet ik nooit meer. Als puber koop je daar bar weinig voor, maar toen ik ouder werd, besefte ik ook dat alles wat is gebeurd me juist ook sterk heeft gemaakt. Het heeft jaren geduurd voordat ik voldoende zelfvertrouwen had om journalist te worden, voor de camera te gaan staan, om boeken te gaan schrijven. Ik ben absoluut niet bang om mijn mening te geven en als ik merk dat mensen over me heen proberen te lopen, me kleineren of treiteren, dan word ik extra strijdbaar. Ik heb in de loop der jaren een antenne op mijn hoofd gekregen voor dit soort mensen en trek een streep als ik onterecht bejegend word.

Pesten kent heftigere verhalen

Goed: dit is mijn verhaal, maar ik weet tegelijkertijd dat er veel heftigere verhalen zijn dan het mijne. Ze moeten gehoord worden, want de gevolgen kunnen verschrikkelijk zijn. Ik heb mijn verleden heus wel verwerkt. Zoals ik schreef: het heeft me sterker en weerbaarder gemaakt, maar het litteken blijft. Tegelijkertijd weet ik van slachtoffers die zelfmoord(pogingen) deden en weet ik ook dat slachtoffers er nooit meer overheen komen of jarenlang in therapie moeten.

Misschien helpt deze persoonlijke ontboezeming deze mensen een beetje. En uiteraard ben ik altijd bereid om instanties te helpen die zich inzetten voor slachtoffers van pesten, maar ook aandacht hebben voor de pestkoppen zelf. Want daar zit natuurlijk ook een reden achter.

Scroll naar boven