Wanneer wordt zwijgen medeplichtigheid?

Op het moment dat je ziet dat iets niet klopt? Of pas wanneer de gevolgen niet meer te ontkennen zijn? We stellen die vraag liever niet aan onszelf.

Afgelopen dagen stond Almere opnieuw in het nieuws vanwege een ernstige zedenzaak. Zulke berichten schokken. Ze roepen afschuw op. Maar zodra de eerste emotie zakt, blijft er een andere vraag hangen: hoe kan zoiets bestaan binnen een omgeving van gewone mensen? Wie wist iets? Wie vermoedde iets? Wie keek weg?

Die vraag hield me ook bezig bij het schrijven van Oh, Maria!.
Het verhaal draait om Maria Sobko, een Russisch meisje dat op zeer jonge leeftijd wordt misbruikt door een fotograaf die haar kind-zijn exploiteert. Wat mij intrigeerde was niet alleen het misbruik zelf, maar vooral de mensen om haar heen.

Maria Sobko is niet eens de hoofdpersoon. Want het gaat me om de kring om haar heen. De mensen die haar kenden. Die haar zagen en die ook wisten. In het bijzonder Andrej Drusin. Een gelovige huisvriend van de familie, en tegelijk assistent van de fotograaf. Hij ziet wat er gebeurt met de dochter van zijn vrienden. Hij weet het. En toch grijpt hij niet in.

Waarom twijfelt Andrej Drusin zo?

Waarom? Lafheid, ja. Maar lafheid is zelden een losstaande eigenschap. Andrej zit financieel aan de grond. Hij kan niet zonder de inkomsten van de fotograaf. Als hij hem erop aanspreekt, verliest hij zijn werk en inkomen. En misschien meer dan dat. Dat besef verlamt hem. Andrej is de volwassene. Hij weet dat hij verantwoordelijkheid draagt voor Maria. Maar hij durft niet op te staan. Juist daarom zoekt hij een uitweg in zijn geloof. Hij bladert in de Bijbel, op zoek naar een rechtvaardiging. Een zin, een spreuk, een vers dat hem ontslaat van ingrijpen. Die vindt hij niet. Daar wordt het ongemakkelijk.

Wat zouden wij zelf doen?

Ook de ouders van Maria kijken weg, al is hun situatie anders. Ze werken tot laat. Ze hebben geen idee dat hun dochter na schooltijd in een park rondhangt, laat staan dat ze ten prooi is gevallen aan iemand die haar wél aandacht geeft.
En dan zijn er de anonieme mannen achter hun schermen. Zij zien geen kind, maar een lustobject dat ver weg van hun eigen bed leeft. De afstand maakt het gemakkelijker. Het is niet hun wereld, denken ze.

Er zijn duizenden pedo-netwerken

Tijdens mijn research ontdekte ik hoe omvangrijk zulke netwerken zijn. Het netwerk van de fotograaf in mijn roman is geen uitzondering. Er bestaan er duizenden. Met miljoenen volgers. Misschien denken we dat medeplichtigheid alleen geldt voor degene die actief schade toebrengt. Maar in mijn romans onderzoek ik juist wat er gebeurt wanneer mensen onder druk komen te staan en een keuze moeten maken die iets van hen vraagt.

Oh, Maria! schreef ik niet om te choqueren. Ik wilde begrijpen. Wat bezielt iemand om te exploiteren? Wat maakt dat een ander zwijgt? Hoe ver kun je meegaan voordat je jezelf kwijtraakt?

En dan blijft die vraag hangen. Niet alleen in het verhaal, maar ook daarbuiten.
Wanneer wordt zwijgen medeplichtigheid?
En belangrijker misschien:
wanneer zouden wij zelf opstaan?

Wil je meer lezen over de psychologische achtergronden van mijn romans?
Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief en ontvang exclusieve essays en inzichten.

Scroll naar boven