Category Archive Columns

Afscheid van Mulisch

Taxichauffeurs mopperen zwijgend op de menigte die zich voor de Amsterdamse stadsschouwburg heeft verzameld. Toeteren is op dit moment absoluut ongepast, zelfs de trams laten hun alarmerende geklingel achterwege. Niemand durft ook: vanaf de gevel van de stadsschouwburg kijkt de ‘Grote Eén’ almachtig toe: Harry Mulisch. Nederland neemt afscheid van een schrijvend monument.
In het pand is deze zaterdag de herdenkingsdienst aan de gang. De menigte is nerveus, merk ik, stomtoevallig aanwezig op weg naar een afspraak.
Dan blijkt waarom: de glazen deuren van de schouwburg zwaaien open en bieden doorgang aan koperblazers in witte pakken. Ze spelen Jiddische liederen. Daarachter de kist met het lichaam van de overleden schrijver.
Een hysterische vrouw in het publiek werpt zich voor de kist en huilt bittere tranen.
 ‘Mulisch leeft nog’, weet ik. ‘Dat heeft hij zelf gezegd’. Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr verwoordde het mooi: ‘Ik was de brenger van letter en stof. En als u sterft, dan leef ik nog.’
 ‘Stel dat ik nu zoals Mulisch dacht?’, overpeins ik. Dan is het duidelijk: Harry Mulisch kwam zaterdag precies de Stadsschouwburg uit op het moment dat ik passeerde. Hij wou Marcel Beijer nog even een laatste groet brengen.
Amen.

Parkeerplek

De werknemer van de badkamerspecialist draait verveeld een shaggie voor de entree van de winkel op het bedrijventerrein. Vandaar heeft hij prachtig uitzicht op een serie onbezette parkeerplaatsen aan de overkant. Bij tien daarvan staat het naambordje met logo van de badkamerspecialist.
Negen zijn er leeg.
Het is een stille vrijdagmiddag. Veel mensen zijn al begonnen aan het weekend of aan het happy hour.
Niet iedereen is al vrij. Een oude Daewoo draait het parkeerterrein op. De rokende badkamerspecialist ziet hoe de chauffeur zijn auto parkeert op een van zijn vele lege parkeervakken en uitstapt. De badkamerspecialist krijgt een vriendelijk knikje als de chauffeur hem passeert.
“Hé”, reageert de badkamerspecialist.  “Als je niet bij mij moet wezen, moet je dáár parkeren.” Hij wijst naar de straatrand, 100 meter verderop.
De chauffeur kijkt ongelovig de specialist aan.
“Joh, er is toch plek zat?”, probeert hij vriendelijk te blijven.
De badkamerspecialist loopt dreigend op hem af. “Wegwezen, zeg ik toch? Deze parkeervakken zijn van ons!”
Stoïcijns stapt de chauffeur in zijn wagen en zet zijn auto twee parkeervakken verder neer, op de parkeerplek van een ander bedrijf.
“Prettig weekend nog”, zegt hij als hij de werknemer passeert.
Er volgt een keiharde stilte.

Journalistengeluk: Lady Gaga en brand

“Heeft u wel eens over een brand geschreven?”
Het zijn bijzondere vragen als je voor een klas met brugpiepers staat om uit te leggen over het vak journalistiek. Het verslaan van een brand wordt kennelijk gezien als het hoogtepunt in een journalistiek leven.
Ik gaf namens de IWPacademy les aan Gymnasiasten over journalistiek. Gelukkig kon ik hun droom in stand houden: in mijn juniorjaren bij de krant werd ik naar de branden, opgerolde hennepplantages en de ongelukken gestuurd. “Met je poten in het bluswater leer je het vak”, was het credo van mijn collega Bart Vuijk.
Dat is waar. Waar journalisten hun neus voor ophalen, is voor de jeugd de ultieme uitdaging: branden verslaan. Het bracht mij weer tot de vraag die ik de afgelopen maanden hier vaker heb gesteld: journalisten gaan niet meer diep in de nacht een brand verslaan. Die wijzen verongelijkt naar de CAO of blijven liever slapen.
Lieve brugpiepers: blijf dromen van een baan als journalist die branden mag verslaan. Echt, journalistiek is een prachtvak.
En om op die andere vraag antwoord te geven: nee, ik heb Lady Gaga nooit gezien en nooit geïnterviewd. Minister Marja van Bijsterveldt wel.
Maar dat vonden ze dan weer niet boeiend…

Herman I

Het is ruim na mindernacht als Herman vanuit Almere Haven naar Buiten fietst. De wijntjes van Het Veerhuys hebben prima gesmaakt, maar met wat alcohol achter de kiezen valt de terugweg bepaald niet mee. Het bos tussen beide stadsdelen is pikdonker en de fietstocht lijkt wel twee keer langer te duren.
Op het fietspad vanaf De Marken richting Weerwater hoort de eenzame fietser een onheilspellend gekreun uit het tunneltje onder de A6 vandaan komen. Zijn hart bonst in zijn keel: een hinderlaag? Overvallers?
Voor de zekerheid versnelt Herman zijn fietstempo. Hoe dichter hij de tunnel nadert, hoe sterker het echoënde gehijg klinkt.
Dan ziet hij aan het eind van de tunnel het silhouet van een man. Zijn broek hangt op de enkels. De harige billen blinken in het neonlicht. De man penetreert een blonde vrouw die gepassioneerd hijgt en kreunt.
De twee minnaars storen zich totaal niet aan de voorbijflitsende fietser.
De man kijkt zelfs achteloos achterom. Herman weet niets anders te doen dan een vriendelijk knikje te geven.
“Hé, gozer… wil je meedoen?”, roept de man tussen het ritmische stoten door.
Maar Herman is verbouwereerd de tunnel alweer uitgefietst.
“Harder… harder!!!!”, hoort hij de vrouw nog vanuit het tunneltje kermen.

Journalistiek in stripvorm

De Japanse krant Yomiuri Shimbun gaat het nieuws dichter bij de jongeren brengen. Artikelen worden niet langer geschreven in de traditionele stijl, maar in stripvorm.
Het zoveelste bewijs dat de debilisering nog veel harder toeslaat dan we dachten. Waarom zouden jongeren wel het nieuws lezen als het in stripvorm verschijnt?
Vertaal dat eens naar Nederland: zien we dan de Rutte als een soort Superman door het land vliegen en Geert Wilders als een buurman Bolderbast eeuwig ruziënd met buurman Job Cohen in de rol van Donald Duck?
‘Het moet niet gekker worden’, zei mijn opa altijd. Die was op 95-jarige leeftijd voor het eerst in Rome. Hij vond de stad mooi, maar ‘die oude gebouwen moeten ze toch eens afbreken’.
Niet te snel afbreken wat in al die jaren is opgebouwd, Japanse journalisten! Voor je het weet is iedereen vergeten waartoe het ook weer diende.
Of het nu een Colosseum is, of de journalistiek: het blijft mooi! Vraag maar aan Kuifje.

Journalist & Journalist

“Goedenavond dames en heren. Welkom bij Journalist & Journalist. Vanavond is één van onze gasten Journalist. Hij is bij onze concurrent vooral bekend als parlementair journalist.
“Journalist, wat is uw visie op de ontwikkeling in Den Haag, de laatste weken?”
“Ja, goedenavond, fijn dat ik weer aanwezig mag zijn bij Journalist & Journalist. Ik begin bijna een vaste tafelgast te worden, hahaha.”
“Ha, ha, ha.”
“Maar goed, ingaande op uw vraag is natuurlijk allemaal wel spannend geweest. In de wandelgangen waren veel CDA’ers toch wel erg ongerust over de ontwikkelingen binnen de partij.”
“Hoe heeft u dat ervaren als journalist?”
“Ja, dat is iets waar je als journalist een bepaalde antenne voor hebt. Maar ik was niet de enige. In de wandelgangen wemelde het van collega’s die bevestigden dat zij ook CDA’ers ongerust door de wandelgangen hebben zien lopen.”
“Praat u daar dan met collega’s over?”
“Ja, voortdurend. U moet zich voorstellen: een béétje parlementair journalist is hier in Den Haag aanwezig. Dus we hebben wel contact, ja. ha ha ha.”
“Ha ha ha. Wat kunnen we de komende weken verwachten op het politieke toneel? U als journalist van de concurrent kan ons dat vast wel vertellen…”
“Ja, maar dat kan de journalist van uw eigen omroep ook wel hoor, hahaha. Die liep ook in de wandelgangen.”
“Ha ha ha. Dat is waar, maar we hebben u hier nu zitten…”
“Ha ha ha. Ik ben vereerd. Er zijn talloze deskundigen in Nederland, maar u kiest mij, Journalist, uit. Ha ha ha.”
“Ha ha ha. Nou, dank daarvoor in ieder geval. Dat is een mooi bruggetje naar ons volgende item: Journalist treitert Journalist en zo dreigt een confrontatie voor de Raad van de Journalistiek. Wie kan daar beter iets over vertellen dan oud-journalist: Journalist. Welkom bij Journalist & Journalist…”

Goedemorgen

Zijn hond loopt vier meter voor hem uit als hij het fietspad afwandelt. Elke dag van de week. En in ieder geval elke werkdag op exact hetzelfde tijdstip.
Elke fietser of wandelaar op het Pirellipad langs de J.B. Bakemaweg moet hem kennen.
Al vanaf tientallen meters is hij duidelijk herkenbaar aan zijn loopje: de voeten een beetje wegtrappend onder het lichaam. Alsof er met de benen een last word afgeschud.
De grijze haren keurig gekamd, een gesoigneerd snorretje en een acceptabel buikje iets hangend over de riem. En altijd een overhemd met streepjesmotief. Liefst blauw.
In zijn linkerhand de hondenriem, de gesp nonchalant bungelend tussen arm en aarde.
Wie hem tegemoet komt, krijgt op 25 meter zijn blik op zich gericht, om op 10 meter de fietser of de passant recht in de ogen te kijken.
Dan gebeurt het: zijn hand gaat omhoog en er klinkt een welgemeend: ‘goedemorgen’.
De antwoordende groet is bijna vanzelfsprekend. Een ritueel met een hoopvolle belofte: een goede morgen.
Daarna is het over. Hij kijkt nooit meer om, met zijn hond als voorbode is hij op weg naar de volgende groet. De volgende belofte.
Alsof ieders last wordt afgeschud.

Journalistiek: het allermooiste vak

‘Wel een beetje kinderachtig om zo af te geven op je oude vak’, kreeg ik van de week te horen als reactie op mijn laatste blogposts, die over de teloorgang van de journalistiek gingen.

Ik vind het zelf wel meevallen. Ik vind journalistiek nog steeds het allermooiste vak om uit te voeren. Mijn punt is alleen dat veel media alles zo klakkeloos volgen. Ze rennen van de ene rel naar de andere rel en er is steeds minder ruimte voor duiding. Opiniërende stukken kom je steeds minder tegen. Ook bij de kwaliteitskranten. De laatste jaren ben ik steeds meer gaan beseffen dat er ook heel veel goede ideeën zijn die aandacht verdienen. Maar daar is geen markt voor. En dat zou er wel moeten zijn. Waarom lees ik niets over die talloze ondernemers die in deze barre tijden hun hoofd boven water weten te houden, of over sporters die alles opzij zetten om hun doel te bereiken. Nee, niet na een periode vol ellende, gewoon omdat die sporters er zijn. Vlakbij zelfs.

Begrijp me goed: kritische journalistiek moet er zijn. Maar alles vooraf benaderen vanuit een negatief perspectief? Nee, daar ben ik wel klaar mee.

Goed nieuws = geen nieuws

In mijn tijd als journalist was het credo op de redactie: goed nieuws is geen nieuws. Waarom zou je melden dat een hardwerkende wethouder goed presteert? Dat is niet interessant. Daarom zit die wethouder op het pluche. Maar wat nu als diezelfde wethouder stiekem een keertje zoent met de knappe fractie-assistent? Als een journalist erachter komt, kan de wethouder waarschijnlijk zijn of haar koffers pakken. Journalisten kijken naar wat er fout gaat. Dat is een tweede natuur, en dat is in sommige gevallen maar goed ook, want daardoor zijn ze de waakhonden van de democratie. Ikzelf was daar medio jaren ’90 wel een beetje klaar mee.
De journalistiek roept schande als CDA’er Jack de Vries zoent met een adjudant. Hij moet vertrekken. Subiet! Drie maanden later is CDA-voorzitter Bleker al stukken milder: hij is op korte termijn weer enorm welkom. En terecht. Al zullen de schijnheilige journalisten de pennen wel weer in het gif dopen.
Ik moet ook denken aan de 39-0 overwinning van het opleidingsteam van AS’80 tegen de recreanten (!) van Almere City FC. Omroep Flevoland pakt er flink mee uit. Ik sprak vandaag de voorzitter van Almere City FC, die verzuchtte: “Diezelfde omroep roept ‘ach en wee’ in een item waarin geconstateerd wordt dat de jeugd te weinig sport. De recreanten zijn neergesabeld. Is dat nu nodig?”

De journalistiek draait door

Zelden zo’n slecht gesprek gezien als bij De Wereld Draait Door van 14 september 2010. Pieter Storms kwam met zijn Nina (Brink) langs om duidelijk te maken dat Jort Kelder de ondergang van de journalistiek symboliseert omdat hij geen feiten controleert. Het ging Storms daarbij uiteraard om de feiten van de ondergang van World Online, het bedrijf van Nina Brink. En Jort Kelder mocht pareren dat de feiten klopten, dat Storms nog nooit een rechtszaak gewonnen heeft met betrekking tot World Online… blablabla.

De slappe gespreksleider Matthijs van Nieuwkerk liet het tweetal begaan. Het resulteerde in een ordinaire, onverstaanbare en onduidelijke kakofonie van twee ego’s die om het hardst hun gelijk wilden halen.
DWDD is zo’n beetje de populairste talkshow van de publieke omroep. Dus: ja, mijn betoog gaat opnieuw op: de journalistiek is stervende.