Verliefd

Verliefd

Het is druk op het Spoorbaanpad. Sven is de snelste fietser van allemaal. Op weg naar school passeert hij vanaf de Bloemenbuurt veel mensen: heel veel scholieren, twee jongens uit zijn elftal, een mevrouw met gek haar en een man met een aktetas op zijn bagagedrager.
Soms moet Sven even bellen om sukkelaars erop te wijzen dat hij in aantocht is. Zeker als het fietspad omhoog loopt, kunnen sommige fietsers erg slingeren.
Bovenop de brug over de Hoge Vaart kijkt hij even achterom om te zien hoe de verslagenen worstelen tegen de wind.
Sven snuift: wát een losers!
Als hij weer voor zich kijkt, moet hij een dikke man op een vouwfiets passeren. Maar eenmaal langszij, knijpt hij vol in zijn remmen.
Astrid…
Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij kan Astrid toch niet gaan inhalen?
Misschien zegt ze wel: ‘hoi’.
En dan? Wat moet hij dan zeggen? Hoe rood wordt zijn hoofd?
Er klinkt een fietsbel. De dikke man op zijn vouwfiets wil passeren. Daarna volgt de vrouw met gek haar, de man met de aktetas en de twee jongens uit zijn elftal.
Sven rijdt in hun tempo mee.
Astrid is gewoon té mooi om te passeren.

Comments are closed